Help & Support

Vind hier het antwoord op uw vraag

Wat moet ik weten over de interne bekabeling

Dit artikel is bedoeld om een basiskennis mee te geven van de interne bekabeling. Het zal u doorheen de bekabelingsinfrastructuur van een gebouw (gezinswoning of commercieel gebouw) leiden.

Algemeen schema

Dit is schema geeft de mogelijke telecominfrastructuur in een ééngezinswoning (of commercieel gebouw) weer. De DSL-lijn arriveert op het Proximus intropunt (meestal in de garage, kelder, berging of technische ruimte).  Hierop wordt de modem/router - via het telefooncontact of rechtstreeks - verbonden.  Van daaruit wordt het internetsignaal via ethernet-kabels (of draadloos via Mesh) verspreid naar andere ruimtes in de woning/gebouw.

Hier voorziet u uw telecombord ((het is vaak ook de ruimte waar de elektriciteitskast etc zich bevindt).  Zorg voor een open ruimte van minstens 50x70 cm op de muur of op de gemeenschappelijke multiplexplaat (minimum 1,8 m hoog, 1,2 m breed en 18 mm dik).  Het telecombord bevindt zich zo dicht mogelijk bij het Proximus intropunt (daar waar de invoerkabel de woning/het gebouw binnenkomt) en het bevindt zich naast de plaats vanwaar de interne ethernet-kabels naar de andere ruimtes vertrekken.  Een telecombord wordt op een binnenmuur of een geïsoleerde buitenmuur bevestigd en het bevindt zich op een hoogte van minstens 100 cm van de grond.  Het moet voorzien zijn van minstens 2 elektrische stopcontacten 230V met aarding.

Een technische ruimte is normaal een vocht- en stofvrije ruimte, die bovendien goed geventileerd wordt.

De verschillende onderdelen opgelijst:

  • Het Proximus intropunt/NTP
  • Het TF2007 contact waarop het signaal wordt gepatcht (ontdek wat het is en waarom het nodig kan zijn)
  • Modem/router en, indien nodig, ethernet-switch
  • Stopcontacten voor de apparatuur
  • Patchpaneel om de kabels te monteren en aan te sluiten (optioneel)
  • Genoeg ruimte voor extra netwerkinfrastructuur die u hebt of die u later kunt installeren
     

Wat is het Proximus intropunt en waar vind ik het terug

Het Proximus intropunt vormt het eindpunt tussen het publieke netwerk van Proximus en de installatie binnenin uw woning of gebouw. Het bestaat uit een zichtbaar Proximus-stopcontact (type NTP). Het aansluitpunt (TF2007) wordt op het telecombord geplaatst, daar waar de invoerkabel binnenkomt. Het wordt op het bord vastgeschroefd en verbonden met de invoerkabel. Het aansluitpunt wordt uitgerust met een testplug. De aanwezigheid van deze stekker zal technieker toelaten om tijdens de aansluiting van de kabel op het publieke netwerk, de kwaliteit van de lijn te controleren.

Lees hier hoe u het Proximus intropunt kan vinden.

Om een optimale verbinding te garanderen, raden we aan om standaard 4-paar Cat5e (UTP) kabels te gebruiken.

Enkele richtlijnen voor het monteren van de kabels:

  • We raden aan om kabelgoten in de verschillende ruimtes te voorzien, zodat ze steeds eenvoudig toegankelijk zijn (en beschermd).
  • Vermijd zoveel mogelijk de aanwezigheid van elektrische bedrading. AC-kabels kunnen interferentie veroorzaken met ethernet-kabels als u ze samen gebruikt.

Ethernet-aansluitingen moeten van dezelfde categorie zijn als de UTP-kabels  en ten minste cat5e.


Als u in een flatgebouw woont/werkt

In het geval van een appartementsgebouw/kantoorcomplex (of winkelcentrum), zal de technische ruimte een gemeenschappelijke locatie zijn die gedeeld wordt met de andere bewoners/huurders. Het is dan belangrijk om uw lijn vanuit deze gemeenschappelijke ruimte te patchen naar uw appartement/de individuele ruimte.

 

In appartementsgebouw, kantoorcomplex of winkelcentrum bevindt het Proximus intropunt zich meestal in de centrale gemeenschappelijke technische locatie.

Hier ziet u hoe het Proximus intropunt er in een appartementengebouw kan uitzien:

Meestal wordt vooraf bekabeling voorzien vanaf het Proximus intropunt tot de tussenliggende technische locatie/ruimte per verdieping (igv appartementen) of units (igv  winkels of kantoren) met behulp van multi-core kabels.

Het TF2007 contact wordt meestal in het appartement of de unit zelf geïnstalleerd.

In sommige gevallen is het mogelijk om het signaal te patchen op de kabel die werd gebruikt voor uw vorige internetverbinding, maar we raden toch aan om ervoor te zorgen dat er een nieuw vrij koperpaar loopt van het Proximus intropunt naar uw technische ruimte.

Hier voorziet u uw telecombord.  Zorg voor een open ruimte van minstens 50x70 cm op de muur of op de gemeenschappelijke multiplexplaat (minimum 1,8 m hoog, 1,2 m breed en 18 mm dik).  Het telecombord bevindt zich zo dicht mogelijk bij het Proximus intropunt (daar waar de invoerkabel de woning/het gebouw binnenkomt) en het bevindt zich naast de plaats vanwaar de interne ethernet-kabels naar de andere ruimtes vertrekken.  Een telecombord wordt op een binnenmuur of een geïsoleerde buitenmuur bevestigd en het bevindt zich op een hoogte van minstens 100 cm van de grond.  Het moet voorzien zijn van minstens 2 elektrische stopcontacten 230V met aarding.

Een technische ruimte is normaal een vocht- en stofvrije ruimte, die bovendien goed geventileerd wordt.

De verschillende onderdelen opgelijst:

  • Het TF2007 contact waarop het signaal wordt gepatcht (ontdek wat het is en waarom het nodig kan zijn)
  • Modem/router en, indien nodig, ethernet-switch
  • PBX (optioneel)
  • Stopcontacten voor de apparatuur
  • Patchpaneel om de kabels te monteren en aan te sluiten (optioneel)
  • Genoeg ruimte voor extra netwerkinfrastructuur die u hebt of die u later kunt installeren

Om een optimale verbinding te garanderen, raden we aan om standaard 4-paar Cat5e (UTP) kabels te gebruiken.

Enkele richtlijnen voor het monteren van de kabels:

  • We raden aan om kabelgoten in de verschillende ruimtes te voorzien, zodat ze steeds eenvoudig toegankelijk zijn (en beschermd).
  • Vermijd zoveel mogelijk de aanwezigheid van elektrische bedrading. AC-kabels kunnen interferentie veroorzaken met ethernet-kabels als u ze samen gebruikt.

Ethernet-aansluitingen moeten van dezelfde categorie zijn als de UTP-kabels  en ten minste cat5e.


FAQ

Cat5e ondersteunt snelheden tot 1000 Mbps en is prima voor de meeste lokale netwerken.

Cat5 wordt nu niet langer aanbevolen voor nieuwe installaties.

De maximaal toegestane lengte van een Cat5e-kabel is 100 meter.

U kunt ze kopen bij uw lokale hardware store. Indien de werken door een professionele elektricien worden uitgevoerd, kunnen de nodige kabels door elektricien voorzien worden.

Uw lokale elektricien kan dergelijk werk doen.

In het geval van appartementsgebouwen, kantoorcomplexen of winkelcentra, moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd onder toezicht van de eigenaar van het gebouw of een persoon die verantwoordelijk is voor de interne bekabeling.

Om uw ISDN PBX op edpnet-verbinding te laten gebruiken, installeren we meestal OneAccess IAD, het toestel dat ISDN-netwerk simuleert en is uitgerust met BRI- of PRI-poorten.

IAD wordt verbonden met de modem / router en bevindt zich normaal gesproken in hetzelfde technische ruimte als de laatste. Als uw PBX zich in een ander lokaal bevindt, dient u ervoor te zorgen dat u vrije Cat5e UTP-bekabeling hebt om de toestellen met elkaar te verbinden.

Neem contact op met onze klantenservice, wij helpen u graag verder!

Last updated on Jul 29, 2019 | Tags: